Dakmateriaal
Een isolatielaag in een dakbedekkingsconstructie beperkt de warmteverliezen vanuit een woning of een gebouw en/of de warmte- doorgang als gevolg van zonnebestraling.
Historie
Platte daken of daken met een waterdicht baanvormig dakbedekkings- systeem worden ongeveer vanaf het begin van de zestiger jaren aan de buitenzijde geïsoleerd. In aanvang met organische materialen als kurk houtwolcement, cellenbeton maar vanaf 1966 ook met kunststofschuimen als polystyreen en polyurethaanschuim. De verplaatsing van de dakisolatie vanuit de dakspouw naar direkt onder de dakbedekking ( het warm-dak) heeft grote gevolgen gehad voor de kwaliteit van platte daken. Een isolatielaag in een warm-dakkonstruktie functioneert ook als ondergrond voor het dakbedekkingssysteem. Al met al het juiste moment om bij het vervangen van de dakbedekking extra isolatie aan te brengen.
Isolatiematerialen
Er is een onderscheid naar verschillende groepen isolatiematerialen zoals;
- Organische materialen
kurk, riet- en stroplaten
houtwolplaten - Anorganische materialen
geëxpandeerd perliet (EPB)
cellulair Glas (CG)
glaswol (MWG)
steenwol (MWR) - Kunststofschuimen
geëxpandeerd polystyreen schuim (EPS)
geëxtrudeerd Polystyreen schuim (XPS)
Polyurethaan schuim (PUR)
fenolformaldehyde (PF)
Daarnaast bestaan er ook nog combinaties van materialen waarbij de dragende funktie (dakbeschot) en isolerende funktie ( isolatiemateriaal) fabrieksmatig zijn gecombineerd. Bij toepassing van dakisolatie dient vooraf een bouwfysische berekening te worden gemaakt aan de hand waarvan kan worden bepaald of een dampremmende laag toegepast dient te worden en uit welk materiaal deze minimaal dient te bestaan. Middels een computerberekening kunnen wij dit voor u verzorgen.





